Inloggen

×

Nieuws

De Droge Tosti’s op de Nereus Carpit Noctem

Kapitein Elmo & de Droge Tosti’s starten dit jaar vrijwel alles: de Najaarsbokaal, de Vlietbokaal, de Sprintbokaal, de Elfstedentocht, en dan nog wat losse wedstrijden, zoals de NCN.
Voor wie het nog niet wist: dit team van gedreven competitieveteranen bestaat uit Niels, Pepijn, Ruben en Bent, altijd aan de zijde gestaan door Minke, de kapitein.

De aanloop naar de Nereus Carpit Noctem was dit keer wel wat rumoerig. Pas een paar dagen voor de wedstrijd bleek dat Pepijns plannen met Matthijs Walter in de 2x niet doorgingen. Voor de Droge Tosti's was het een zegen, want dit betekende dat we de Carpit Noctem konden starten in onze vaste opstelling mét Pepijn, in plaats van terug te moeten grijpen op invallers. Dat vooruitzicht bood alvast hoop, aangezien het ons in deze opstelling ook uitstekend was vergaan op de Skøll Cup. Destijds werd een tweede plaats in de B-finale behaald, en wisten we een aantal aanzienlijk hoger ingeschatte ploegen te verslaan.
Waar het toen ging om de Vlietbokaal, zou bij de Carpit Noctem alleen de eerste 250m meetellen de Sprintbokaal – voor de rest ging deze wedstrijd slechts om de eer. Desondanks was er niet op het sprinten getraind, en eigenlijk zijn trainingen met een meefietsende coach sowieso al een zeldzame luxe voor de Droge Tosti's. Dan dus maar roeien op routine en eigen inzichten.

De loting zorgde ervoor dat we ons voor de derde keer in een maand tijd mochten verheugen op een directe krachtmeting met de Soppende Hazen; zij startten de 2500m achtervolgingsrace direct voor ons, en direct na ons volgde het Nereus van Alexander Kok (vorig jaar nog roeier bij Skøll in de “Costa Concordia”). Eindelijk waren nu ook eens de weersomstandigheden met een stevige tegenwind in ons voordeel, en natuurlijk hadden we onze vertrouwde kapitein Minke voorin in de Friagabi liggen om de bochten met maximale scherpte aan te snijden.
Eerlijk gezegd hadden we verwacht dat de race spannender zou worden, want de Hazen hadden we al na 600 meter ingehaald, en ook Nereus verdween langzaam uit het zicht. We konden ons dus nog uitsluitend richten op het achterhalen van de dubbelvieren die voorafgaand aan ons veld gestart waren.

Het roeien zal er niet de gehele 2500m elegant uitgezien hebben, maar dat was ook vrijwel onmogelijk gezien de krachtige wind die de schuimkoppen op de Amstel via de riggers over ons heen liet klotsen. En net als je de Omval bereikt en denkt dat na die haakse bocht de wind gelukkig wel wat milder zal staan, blijken daar de windstoten pas écht recht tegen onze ruggen te beuken. De wegen van de wind zijn ondoorgrondelijk.
Uiteindelijk haalden we op de 2500m een keurige tweede plaats op ‘slechts’ 9,4 seconden van Vlietbokaalleider Orca. Onze voorsprong op nummer drie Laga bedroeg bijna 20 seconden.
Bij het volgende onderdeel, de 250m sprint, mochten we opnieuw tegen de Hazen strijden – dit keer boord aan boord. Aangezien een 250m voorbij is voor je er erg in hebt, kwam onze slag Niels met het lumineuze idee om in een extra hoog tempo te roeien, om zo net wat meer halen te maken dan de tegenstander en daaruit onze winst te halen. Het resulteerde in een 250m die er belachelijk uitgezien zal hebben, aangezien het vooral leek op halve bank roeien gecombineerd met hoogspoelen op tempo 40. Gelukkig ging het roeien wel gelijk, en vooral aardig hard: we waren ruim 5 seconden sneller dan de Hazen. We hadden wederom een tweede plaats overall te pakken – dit keer met een achterstand van slechts 0,4s op Orca. De halve finale was in ieder geval bereikt, dus werd er op Skøll nog even een pastasalade naar binnen gewerkt en gerelaxt in de avondzon, alvorens we opnieuw konden gaan oproeien.

De halve finale over wederom 250m startten we bij het vallen van de avond tegen Nereus. Na een bliksemstart lagen we al aanzienlijk voor, en ongeveer 100 meter verder was onze voorsprong zo groot dat we de race met gecontroleerde klappen uit konden roeien. En dan mag je rondmaken en aanleggen bij De Hoop – ineens hoor je bij het gezelschap dat hier in de statige sociëteit mag wachten tot het donker is en de boord-aan-boordfinales om het blik van start gaan. Dat is wennen voor een ploeg die normaal strijdt “voor Skøll en ’t reguliere aanlegvlot.” Maar de benen voelden nog altijd goed, en we wisten dat we niet kansloos zouden zijn tegen de grote mannen van Orca’s “Strongrow”.

In het schemerduister mochten we vervolgens weer oproeien, en toen we eenmaal bij de start lagen, drukte de kamprechter ons nog even met klem op het hart dat het commando “tillen” als valse start zou gelden. Onze finale in de schijnwerpers was vervolgens al gestart voor we er erg in hadden. Na de start hadden we een kleine achterstand, en net toen we Orca bijna teruggepakt hadden, waren we al gefinisht. Het verschil bedroeg slechts een kleine meter, maar de felicitaties mochten richting Orca. Het roeien ging best prima, al waren het weer niet onze mooiste halen aller tijden; toch voelt de uiteindelijke prestatie aan als een (soort van) overwinning. Bovendien staan we op dit moment stijf bovenaan in de Sprintbokaal. Toch mochten we weer gewoon aanleggen aan het voor ons zo vertrouwde reguliere aanlegvlot. Eén keertje blikken – het was misschien ook wel te mooi om waar te zijn; we blijven immers Droge Tosti’s, voor Skøll en ’t reguliere aanlegvlot.

529247_590939617597882_155773231_n

Reacties (0)

Geef een reactie

A.A.S.R. Skøll