Inloggen

×

Nieuws

Wedstrijdroeien voor Dummies

Nu het wedstrijdseizoen in volle gang is, wordt er nogal eens gestrooid met termen en afkortingen die lang niet altijd zo vanzelfsprekend zijn. Het kan nog wel eens onoverzichtelijk zijn, die indelingen op wedstrijden voor wedstrijdroeiers en het kan dan ook zomaar zijn dat een voor- of nabeschouwing op de site over komt als Chinees.

Daarom presenteren we hier een overzichtje van alle velden waarin wedstrijdroeiers zich kunnen inschrijven. Een soort “wedstrijdroeien/inschrijvingen voor Dummies”. Lees wat komen gaat en je hoeft je nooit meer achter je oren te krabben.

Dit stuk richt zich op de verschillende soorten van wedstrijdroeien, van eerstejaars tot Olympische Spelen. Er zal onder andere worden besproken wat voor een soorten boten er zijn en waarom de eerstejaarsploegen op zaterdag in een ander veld starten dan op zondag. In recreatief roeien komen we andere vormen tegen, maar daar gaan we het hier niet over hebben.

Eén of twee riemen
De meest gebruikelijke vorm van wedstrijdroeien binnen studentenverenigingen is het zogenaamde boordroeien. Ieder nieuw lid heeft wel eens in een C-vier gezeten en daarin zijn of haar eerste haal gemaakt met één riem.

Naast het boordroeien bestaat er echter ook het dubbelen of scullen. Twee riemen, één per hand, wellicht het bekendst van de skiff. Als de zon gaat schijnen, wil iedereen in zijn of haar eentje het water op en dat gaat nu eenmaal moeilijk met een boordriem, zoals duidelijk is af te leiden uit het filmpje van deze Duitse Einer Ohne.

Geslacht en gewicht
Roeiers gaan de strijd aan met roeiers van hun eigen geslacht. Gemixte velden komen wel voor op competitiewedstrijden en op Paralympisch niveau, maar binnen het (valide) wedstrijdroeien is daar geen sprake van.
Elke roeier kan uitkomen in de open klasse, vaak zwaar genoemd. Er zijn geen grenzen gesteld aan individueel gewicht of het gemiddelde van de groep. Een zware roeier kan theoretisch dus ook lichter zijn dan een lichte roeier, hoewel dat erg ongebruikelijk is.

De term zwaar voor de open klasse verraadt het natuurlijk al een beetje. Er is ook een lichte klasse. Soms lijkt het een beetje alsof die alleen maar bestaat voor heren, maar die misvatting vloeit voort uit het eerstejaars ploegen systeem zoals dat eruit zag in de afgelopen jaren. Daarover later meer.

Lichte roeiers, zowel dames als heren, hebben te maken met een grens aan individueel gewicht en dat van de ploeg.

Dames mogen individueel maximaal 59 kilogram wegen en mogen als ploeg niet het gemiddelde van 57 kilogram overschrijden. Uitzondering voor de skiff waarin de dame 59 kilogram mag wegen.

Heren mogen individueel maximaal 72,5 kilogram wegen en mogen als ploeg niet het gemiddelde van 70 kilogram overschrijden. Uitzondering voor de skiff waarin de individuele heer 72,5 kilogram mag wegen.

In de winterperiode van september tot en met januari zijn de genoemde waarden 2,5 kilogram hoger.

Gestuurd of ongestuurd
Met geslacht, gewichtsklasse en scullen versus boordroeien alleen komen we al aan acht mogelijke combinaties. Daarnaast kunnen we het verschil tussen gestuurde nummers en ongestuurde nummers maken. Simpel gezegd betekent ‘gestuurd’ dat er iemand voorin de boot ligt of achterin de boot zit en met klosjes of een zwengel het roer onder het achtersteven van de boot bedient.

In een ongestuurd nummer ontbreekt deze stuurman of –vrouw, maar zeker bij de boordboten betekent dit niet dat de boot volledig stuurloos is. Er zit dan een voetenbord in de boot waarvan één schoen kan draaien op de bal van de voet en met de neus het stuurtouw bedient. Meestal zit dit voetenbord bij de slag van de boot, maar je kunt hem ook op een andere plek in de boot plaatsen.

In scullnummers wordt sturen meestal opgelost met de riemen, maar het is natuurlijk mogelijk om ook in deze boten een speciaal voetenbord te plaatsen voor het sturen. Dit wordt niet zo vaak gedaan.

Niet alle nummers hebben gestuurde en ongestuurde versie. Wherries buiten beschouwing gelaten, hebben skiffs geen gestuurde versie en achten geen ongestuurde versie.

Stuurlieden moeten net als lichte roeiers aan gewichtseisen voldoen. Anders dan de roeiers is dit een minimale eis. Lichtere stuurlieden krijgen ballast mee, meestal een zak zand. Soms moet deze getoond worden aan de start. Stuurlieden in een vrouwenploeg moeten minimaal 50 kilogram wegen en stuurlieden in een mannenploeg moeten minimaal 55 kilogram wegen. Bovendien moeten stuurlieden op internationale toernooien ook van hetzelfde geslacht zijn als hun bemanning.

Boten
Een laatste verdeling in nummers is het aantal plekken in de boot voor roeiers. Typisch kan er in je eentje, met z’n tweeën, vieren of achten worden geroeid in wedstrijdboten. De skiff is daarbij altijd ongestuurd en geriggerd voor scullen, terwijl de acht altijd gestuurd is en geriggerd voor boordroeien. Tweetjes en vieren zijn er zowel gestuurd als ongestuurd, geriggerd voor boordroeien en voor scullen.

Nederlands systeem
Om het nog gecompliceerder te maken en een extra dimensie toe te voegen aan de velden, bestaat er in Nederland een systeem met status op basis van klasserende blikken. Dit zijn overwinningen op 2k wedstrijden die aan bijbehorende eisen voldoen. De nationale 2k wedstrijden die door Nederlandse wedstrijdroeiers worden gestart, voldoen aan deze eisen.

Een roeier begint als beginneling en kan via nieuweling en overgangs doorgroeien tot senioren A.

 Beginneling  0 tellende blikken
 Nieuweling  1 of 2 tellende blikken
 Overgangs  3 tot en met 7 tellende blikken
 Senior A  8 of meer tellende blikken

Deze status of aanduiding voor ervaring wordt voor scullen en boordroeien apart bijgehouden. Je kunt dus beginneling in het scullen zijn en SA in het boordroeien. Onder studenten komt dit nog best vaak voor.

Een roeier  mag niet starten in een veld van een lagere status. Dat lijkt in eerste instantie geen enkel probleem, maar een hogere status behalen kan men ook door slim te starten. Een aantal overwinningen in de viermet betekent niet automatisch dat je mee kan komen in de vierzonder. Een roeier die in zijn eerste twee jaren al overgangs wordt, kan veel minder starten en dat kan nadelig zijn in de volgende jaren.

Bijzonder is het Eerstejaarsklassement voor achten en lichte dames dubbelvieren. Hier zijn aparte velden voor. Aan het begin van het jaar start een ploeg van beginnelingen en neemt op zaterdag deel aan een klassement gedurende het seizoen. Het maakt hier niet meer bij uit of de roeiers ondertussen in blikkenstatus vooruit gaan.

Bovendien is er een klassement gericht op de ontwikkeling van tweede en derdejaars in de vierzonder (en dubbeltwee voor lichte dames). De ploeg mag opgeteld maximaal tien klasserende blikken (vijf voor lichte dames) hebben om mee te mogen doen aan dit Developmentklassement.

Voor de deelnemende ploegen vinden de klassementswedstrijden plaats op zaterdag (met uitzondering van de Varsity). Terwijl op zondag de ploegen roeien voor een kwalificerend blik. De roeiers die niet deelnemen aan een klassement starten alle wedstrijden voor kwalificerende blikken.

Afkortingen
Nu hebben we alle ingrediënten om de velden samen te stellen zoals ze regelmatig langs komen in de voor- en nabeschouwingen. Vaak is een veld een hele mond vol, bijvoorbeeld de lichte dames overgangs dubbeltwee of de zware beginnelingen acht met. Daarom gebruiken we afkortingen.

Een legenda:

Type Nationaal Internationaal
Boordroeien geen aanduiding geen aanduiding
Scullen x x
Heren geen aanduiding M
Dames D W
Zwaar geen aanduiding geen aanduiding
Licht L Lw
Gestuurd boordroeien + +
Gestuurd scullen x+ / *  x+ / *
Ongestuurd boordroeien
Ongestuurd scullen geen aanduiding geen aanduiding
Zitplaatsen 1, 2, 4 of 8 1, 2, 4 of 8
Beginneling B / 4eDiv (Heineken) n.v.t.
Nieuweling N / 3eDiv (Heineken) n.v.t.
Overgangs O / 2eDiv (Heineken) n.v.t.
Senior A SA / 1eDiv (Heineken) n.v.t.
Eerstejaarsklassement Ej n.v.t.
Developmentklassement Dev n.v.t.

Er wordt doorgaans een volgorde aangehouden voor de totstandkoming van een afkorting, maar soms wijkt men daar vanaf.

[gewicht] [geslacht] [status] [Zitplaatsen] [Boord/Scull] [Gestuurd/Ongestuurd]

Eerder genoemde velden worden dan LDO 2x en B 8+.

Kun je de volgende velden zelf herleiden?

DSA 2-
LO 2+
DB 8+
DDev 4-
LDDev 2x
SA 4-

En internationaal?

LW 2x
M 8+
LM 4-

Hopelijk kun je na het lezen van dit artikel zonder problemen begrijpen wat er in voor- en nabeschouwingen wordt bedoeld met de verscheidene afkortingen. Mocht dat niet zo zijn, dan kun je het natuurlijk aan een wedstrijdroeier vragen of onze Wedstrijdcommissaris.

Reacties (0)

Geef een reactie

A.A.S.R. Skøll