Inloggen

×

Roeien / Coachen / Instructie

Het coachen van beginners wordt ook wel instructie genoemd. In deze subsectie enkele documenten over hoe dit handig kan worden aangepakt.

Beginnende skiffeurs*

Lesstof voor de d2-stip

Onderwerpen:

  • Aandachtspunten
  • Recept voor instructie aan beginners
  • Watervrij roeien
  • Instappen vanuit het water

Beginnende eerstejaars (RITters)*

Instructiecursus introductieleden

Instructie bij een eenmalige activiteit*

Een aantal aandachtspunten voor het leren roeien van beginners bij een eenmalige activiteit of promotie-actie.

  • Hoe minder tijd de uitleg kost, hoe beter – Als mensen gevoel hebben lekker te hebben geroeid, is het doel bereikt.
  • Weinig woorden vuil maken aan roeibeweging – Mensen doen het meestal vanzelf goed (laat ze maar eens door hun knieën buigen en iets uit het water pakken, deze automatische beweging is goed genoeg voor een eerste keer, laat je cursisten zich geen zorgen hoeven maken over benen rug armen, het is al moeilijk/spannend genoeg). Ook kan nog uitgelegd worden aan de hand van het hangen aan bijv. een rekstok dat polsen recht moeten tijdens een haal.
  • Instappen – Geen dingen meenemen die niet in het water mogen vallen, niet staan op de huid. Uitleggen dat vorm van aanwijzingen/commando’s geven, puur voor de veiligheid is.
  • Balansoefeningen – Om zenuwen weg te nemen en een beginnetje te maken met balans: sb hoog, bb hoog, vliegtuigje. De riemen bepalen de balans in de boot.
  • Eerste stop tenminste het eerste halfuur – Elke haal eerste stop! Zorgt voor instant-gelijkheid. Eventueel slag stop laten overnemen bij gebleken talent, maar met behoud van de rust.
  • Tubben, sb/bb om de beurt laten roeien – Zorgt voor de stabiliteit voor de eerste halen.
  • Slifferen – Als de boot te veel wiebelt, kan er natuurlijk geslifferd worden.
  • Goed blad draaien – Voorkomt snoeken (vinden beginners heel vervelend). Dus doldruk en kliksysteem in de dol uitleggen.
  • Extra – Leergierige mensen niet in de war brengen met details of specifieke foutencorrectie, maar leren ronden, strijken, laten lopen, houden, noodstop, harder roeien (maar niet zeggen hoe) en/of ontspannen roeien.
  • Tijd voor een bakles? – Hoe korter hoe beter, even voordoen en vervolgens zelf oefenen met instappen, commando’s, elke haal eerste stop, blad draaien, ongeveer 20 halen. Nadruk op kwetsbaarheid van de boot, eigen veiligheid, geen sleutels, mobiel mee in de boot (tenzij ze goed kunnen drijven).

Coachen van gladde boten**

Tillen 4+
Over het algemeen kan een gladde vier of een acht met evenveel mensen getild worden als erin roeien, met de stuur om de commando’s te geven en de achterpunt (de punt die de roeiers niet kunnen zien) te begeleiden.

  • Zet één persoon bij elke ligger van de stelling. Op het commando ‘Uitschuiven gelijk… nu’ worden de stellingen uitgeschoven.
  • Op het commando ‘Aan de boorden!’ gaat elke drager bij een roeiplaats staan met het gezicht in richting waar je heen wilt. Pak de boot vast aan de boordranden.
  • Op het commando ‘Tillen gelijk… nu’ til je de boot voorzichtig van de stelling af. Zorg dat je geen riggers van andere boten in de huid steekt.
  • Als je uit de stelling bent (liggers weer inschuiven) til je de boot op het commando ‘Boven de hoofden gelijk… nu’ boven je hoofd, met gestrekte armen. Het is heel belangrijk dat je armen volledig gestrekt zijn, anders is de belasting te zwaar.
  • Op het commando ‘rechter-’ of  ‘linkerschouder… nu’ til je de boot op zijn kant; zó, dat de onderste boordrand op je schouder rust. Met je ene hand houd je ter hoogte van je schouder de boot vast, met je andere arm gestrekt houd je het andere boord hoog. Je kunt nu naar het vlot lopen. Let erop dat je geen verlichting raakt met de riggers van je boot. Loop naar de vlotrand waar je de boot erin wilt leggen. Til de boot op de schouder aan de kant van het vlot.
  • Op het commando ‘handen in de spanten’ pak je de boot vast aan een spant in plaats van aan de boordrand. Op het commando ‘voor de buiken… hoog!’ til je de boot hoog voor de buiken, dus niet te ver laten zakken. Je maakt nu de overslagen los die omhoog steken. Na het commando ‘tenen aan de rand van het vlot!’ ga je staan met je tenen aan de rand van het vlot; zorg dat ze er niet overheen steken, dan zou je de boot kunnen beschadigen.
  • Op het commando ‘ver en zacht!’ laat je de boot voorzichtig in het water zakken. Zorg dat de luchtkleppen dicht zijn voor je wegvaart (ronde stop in de taft).

Als de boot in een niet-uitschuifbare stelling ligt (Bosbaan) kun je de boot het beste eerst allemaal vanaf dezelfde kant vastpakken. Je tilt de boot uit de stelling en houdt hem voor de buiken vast. Op commando lopen één voor één vier roeiers om en pakken de boot aan de andere kant vast. Dan heb je de boot ‘in de handen’ en kun je hem verder tillen. Als de boot op een hoge stelling ligt, kun je hem meteen ‘boven de hoofden’ nemen.
Als je een boot boven de hoofden hebt kun je met ‘omdraaien vanaf slagzijde’ resp. ‘boegzijde’, alle dragers één voor één laten omdraaien en de boot overpakken. Dit is handig op botenterreinen bij wedstrijden. Je kunt de boot in de handen nemen met ‘uitsplitsen tegenover de rigger vanaf slagzijde’. De dragers gaan vanaf slagzijde om en om met beide handen aan één boord tillen, tegenover de rigger. Let erop dat de armen nog steeds gestrekt zijn. Vervolgens neem je de boot ‘op de schouders’ en ‘in de handen’.

Boten naar binnen brengen gaat precies zoals het naar bui­ten b­ren­g­en, maar dan in o­mge­keer­de v­olg­o­r­de. Zorg er­v­oor dat de bankjes vastzitten (elastiek) en dat alle losse on­der­d­e­len op tijd uit de boot zijn en dat de luchtkleppen open zijn. Let erop dat alle o­ver­sla­gen dicht zijn voor­dat de boot naar binnen wordt ge­bra­c­ht.

Tillen 2-

  • Twee tillers: één aan het dwarsverband of anders de topboorden vóór de boegplaats, één aan dwarsverband of topboorden achter het voetenbord van de slagplaats. Eventueel begeleidt een derde de punt.
  • De 2- wordt tijdens het lopen op een schouder gesteund.
  • Aan de waterkant wordt de boot voor het lichaam naar het water toegedraaid; maak de overslagen los (andere hand aan de stang of het spant, boot desnoods met bovenbeen ondersteunen).

Veiligheid
Het is niet nodig en slecht voor het materiaal als boten omslaan. Aandachtspunten om dit te voorkomen:

  • Riem helemaal uitgeschoven houden (met de kraag tegen de dol) bij het in- en uitstappen
  • Eventueel kan de stuur de boot vasthouden (aan de rigger), maar ook zonder stuurman in- en uitstappen moet zo beheerst gebeuren dat de boot stabiel blijft liggen.
  • Roeiers moeten weten wat veilig is en onveilig. Net als in elk nieuw boottype moet eerst balans geoefend worden. Dit kan met behulp van balansoefeningen: vliegtuigje, fietsen en dergelijke.
  • Mensen zijn gewend dat de boot altijd ongeveer recht ligt. Als hij uit balans raakt, ontstaan vaak de verkeerde reflexen. Door te oefenen kan dit voorkomen worden.
  • Discipline en concentratie zijn cruciaal. Te veel ploegen slaan om aan het vlot, omdat de overslagen open waren.
  • Niet gaan strijkhalen of andere ‘enge’ oefeningen doen de eerste trainingen.

Taak van coach bij aanleggen en tillen
Veel schade ontstaat door onvoldoende ervaring met aanleggen en tillen. Van de coach wordt verwacht juist bij het tillen en aanleggen aanwezig te zijn en indien nodig in te grijpen.

Roeitechniek
De roeitechniek voor glad roeien is niet wezenlijk anders dan in de C4. De feedback van de boot is wel directer; de boot is ‘wiebelig’. Helaas gaan mensen daardoor vaak fouten van anderen compenseren. De belangrijkste boodschap is dus: ontspannen zitten en geen rare bewegingen maken.
De eerste keren roeien in een gladde boot kan onbalans voorkomen worden door te slifferen (consequent, dus niet dat één iemand wel watervrij gaat roeien!) of te tubben. Ook een eerste stop doet wonderen de eerste trainingen.
Cybernetisch leren (leren van de feedback van de boot) versnelt wel het leerproces. Maak de roeiers er van bewust hoe dit mechanisme werkt.
Gladde boten zijn versnellinggevoeliger dan de C4+. Dit houdt in dat het makkelijker is om de boot te versnellen. Het accent kan derhalve eerder in de haal worden gelegd dan in de C4+.

Twee-zonder
Een paar aandachtspunten voor een 2-.

  • Het voetenroer moet elke keer als het voetenbord wordt versteld, worden bijgesteld.
  • De coach is er vooral voor de veiligheid, door het cybernetisch leren hoef je minder actief te coachen dan in bijvoorbeeld een C4+.
  • Begin gewoon weer met balansoefeningen.
  • De juiste koers is altijd belangrijker dan roeitechniek in verband met de veiligheid.

Extra: B4 tillen

  • De B4+ is een kwetsbare boot en mag niet op de kiel worden neergezet. Voor het tillen zijn minimaal 5 personen nodig: vier tillers elk tegenover een rigger, de vijfde begeleidt (dus absoluut niet tillen) de punt. Naar buiten dragen en draaien als een C4+.
  • Til de boot tot langs de vlotrand. De tillers aan de waterkant lopen, op aanwijzing van de stuur, één voor één om en pakken ieder een bint. Til de boot met rechte rug naar de uiterste rand van het vlot, tenen aan de rand van het vlot (niet eroverheen!). Op het commando ‘ver en zacht!’ zet je de boot rustig in het water; zorg ervoor dat de huid het vlot niet raakt.
  • Als je het kunt mag je een B4+ ook als een gladde vier tillen, denk wel om je rug, want een B4+ is een stuk zwaarder dan een 4+.

<      Juli      >

<      Augustus      >

dinsdag 01/08/17

Inschrijvingen Open

woensdag 23/08/17

VU Introductiedagen

Open Feest @ Heeren van Amstel

20:00

donderdag 24/08/17

VU Introductiedagen

vrijdag 25/08/17

VU Introductiedagen

maandag 28/08/17

Intreeweek (UVA)

VU Introductiedagen

dinsdag 29/08/17

Intreeweek (UVA)

VU Introductiedagen

Open Feest @ Club NYX

20:00

woensdag 30/08/17

Intreeweek (UVA)

donderdag 31/08/17

Intreeweek (UVA)

<      September      >

vrijdag 01/09/17

Intreeweek (UVA)

zondag 03/09/17

Juniorendag

14:00

dinsdag 05/09/17

Inschrijvingen Gesloten

22:00

A.A.S.R. Skøll